Boom ziektes, gebreken en plagen

Hier vind je informatie over met welke ziektes, gebreken en plagen  bomen in Zaanstad te maken krijgen. 

Boomziekten

Net zoals mensen kunnen bomen ook ziek worden. Er zijn tientallen ziektes waar bomen gedurende hun leven last van kunnen krijgen.  Gelukkig worden niet alle bomen ziek. Bomen die al oud zijn of een slechte conditie hebben krijgen vaker te maken met ziektes dan gezonde bomen.


Elke vier jaar worden de bomen in Zaanstad geïnspecteerd op ziekten. In de tussentijd houden de mensen van stadsbeheer (ambtenaren die buiten werken) de bomen ook in de gaten.  Het kappen van zieke bomen hangt vooral samen met 1. Besmettingsgevaar en 2. Veiligheid.  Bepaalde ziektes zijn erg besmettelijk zoals de Iepziekte.  Bij veiligheid gaat het vooral over loshangende takken. 


Onderstaand vind je een overzicht van de meest voorkomende ziekten, plagen en gebreken, zodat jij deze ook kan herkennen:

  • Essentaksterfte op essen

  • Kastanjebloedingsziekte bij kastanje

  •  Iepenziekte op iepen 

  • Watermerkziekte op wilgen

  • Massaria aantasting op plataan

  • Uitgestelde onverenigbaarheid

  • Plakoksels

  • Eikenprocessierups

Hieronder vind je een korte uitleg van de verschillende ziektes en hoe deze te herkennen. 


Essentaksterfte         

                                                                                                                  Dit is een schimmel aantasting waardoor de boomtakken van essen afsterven of soms zelfs de gehele boom.

Essentaksterfte is te herkennen door zichtbare symptomen bij de bladeren, twijgen, takken en stammen van essen. De bladeren vertonen een bruinverkleuring van de bladsteel, gevolgd door afsterving en bruinverkleuring van (delen van) het blad. Op dunne twijgen ontstaan in het begin donkere verkleuringen in de bast. De schimmel tast zowel blad als bast, maar geen hout aan. 

Wanneer de bast afsterft wordt de sapstroom geblokkeerd. Twijgen of takken verdrogen hierdoor volledig. De aantasting van het blad en de bast hoeven niet gelijktijdig op te treden. Zo kan het ene jaar het blad worden aangetast en het jaar daarna de bast. 

Bij oudere aantastingen is de bast ingezonken en lichter gekleurd. Op dikkere takken en stammen ontstaan bastverkleuringen vaak rond de aanzet van een zijtak. Deze verkleuringen zijn vaak langgerekt en kunnen uiteindelijk de tak of stam helemaal omvatten, waarna het bovenliggen de deel van de boom afsterft. Jonge bomen lijken vatbaarder voor een aantasting. Maar ook in oudere bomen kan takafsterving worden aangetroffen. Bij ernstige aantasting kan dit leiden tot het geheel afsterven van de boom.


Kastanje bloedingsziekte                               

                                                                                                      Kastanje bloedingsziekte is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie die de bast van de kastanje boom infecteert. Hierdoor ontstaat er baststerfte als dit grootschalig is dat sterft de gehele boom af. De kastanjebloedingsziekte wordt in Nederland sinds 2002 waargenomen.

De kastanjebloedingsziekte laat een opeenvolging van symptomen zien. Op de stam verschijnen roestbruine vlekken, deze verspreiden zich snel over de hele stam. Uit de vlekken komt een vloeistof: de boom bloedt als het ware. Het vocht is eerst helder maar verkleurt snel naar donkerbruin en wordt stroperig. Daarna gaat de bast onder de vlekken rotten en sterft deze uiteindelijk af. Bij oudere bomen kan in enkele gevallen herstel plaatsvinden, bij zaailingen of jonge kwekerijbomen is de aantasting vaak fataal.

Ongeveer 60% van de kastanjebomen in Zaanstad zijn aangetast en inmiddels zijn diverse bomen gekapt. Sommige bomen vertonen al jaren lichte aantasting van kastanjeziekte zonder dat de ziekte zich zichtbaar doorzet. Andere bomen gaan binnen een jaar dood. Landelijk wordt geadviseerd de bomen met rust te laten en te verwijderen, als ze zijn afgestorven.




Iepziekte

                                                                           

Iepziekte wordt veroorzaakt door een schimmel die wordt overgebracht door de iepenspintkever. Deze kevertjes komen af op de geurstoffen die niet helemaal gezonde iepen verspreiden om onder de bast van de stam en dikke takken hun eitjes af te zetten. uitkomen en is de kans op aantastingen erg groot.  Het gevolg is dat er geen transport meer mogelijk is naar takken en twijgen, die vervolgens verwelken. De verwelkte bladeren blijven vaak lang aan de boom hangen wat kenmerkend is voor deze aantasting. Bij het doorknippen van een aangetaste tak is een duidelijke bruine ring zichtbaar.

Als de iep vatbaar is dan verspreidt de schimmel zich razendsnel door de boom, waarna de boom afsterft en nog aantrekkelijker wordt voor iepenspintkevers om hun eitjes in af te zetten. Wanneer de eitjes uitkomen vliegen de kevers uit en nemen de schimmel mee naar gezonde iepen. De iepziekte kan ook ondergronds door contact tussen de wortelstelsels van rijen of bosjes iepen worden verspreid. Op deze wijze zijn hele lanen met iepen uit ons landschap verdwenen.

De bestrijding van de iepziekte  wordt door de gemeente zelf gedaan. Door het herplanten / aanplanten van nieuwe iepensoorten (die niet ziek worden) moeten er meer gezonde bomen komen. Nu valt  ongeveer 2 a 3 procent van de iepen in Zaanstad valt door deze ziekte uit. Door het aanplanten van de nieuwe soorten moet het uitvalpercentage de komende jaren gaan dalen.


Watermerkziekte                             

                                                                                          Watermerkziekte  is een bacterieziekte waardoor wilgen afsterven. Bij de zieke bomen verstoppen de bacteriën de houtvaten van de wilg. Bij het door zagen van recent aangetast hout ontstaat er een waterig laagje. Zo komt deze ziekte aan zijn naam watermerkziekte.

In eerste instantie maakt de boom binnen in de kroon veel takjes aan, uiteindelijk zal de boom na enkele jaren dood gaan. 

Een aangetaste boom kan, wanneer dit tijdig gebeurt, geknot worden om te behouden. De boom zal aangetast blijven maar dit uit zich niet in de jonge scheuten. De wilg dient vervolgens 1 maal in de drie jaar geknot te worden. 


Massaria aantasting        

                                                                                                   Massaria aantasting bij plataan wordt veroorzaakt door een schimmel die het bastweefsel van vooral takken aantast. Dit begint boven op de takken waar het bastweefsel afsterft met kans op takbreuk.







De aantasting is besmettelijk, maar voor zover nu bekend is, hoeft dit nog geen fatale gevolgen voor de boom te hebben. Er is echter nog weinig informatie bekend, wat de gevolgen van deze ziekte voor de boom op de langere termijn zijn. 







Boomgebreken

Door boomgebreken zijn bomen vaak onveilig bijvoorbeeld door loshangende takken. Er zijn verschillende soorten gebreken. Bij de iep en de Hongaarse eik is er vaak sprake van het afbreken van bomen onderaan de stam.  Dit wordt ook wel uitgestelde verenigbaarheid genoemd. 

Een ander veelvoorkomend gebrek zijn plakoksels. Hierbij is de takaanhechting niet goed vergroeid met de stam. Dit komt bij veel boomsoorten voor met stijl opgaande takken.

Boomplagen

Als bomen zichtbaar in hun groei worden gehinderd, of erger nog doodgaan vanwege insecten is er sprake van een plaag. Een voorbeeld hiervan zijn de spinselmotrupsen die hele bomen in het voorjaar kaalvreten.

Veelvoorkomend zijn luizen op linden, esdoorns en meidoorns. Hoeveel invloed de insecten op de gezondheid van bomen hebben is heel wisselend. Dit hangt af van de weerbaarheid van de bomen. Die kunnen namelijk stoffen ontwikkelen waardoor de luizenvraat minder wordt.  

We hebben in Zaanstad vraatschade door onder andere: perenprachtkever, eikenprocessierups, wilgenhoutrups, elzenhaantje, populierenboktor (kleine en grote) en spuugbeestje. Echter is dit niet voldoende om te kunnen spreken van een plaag. 

Eikenprocessierups                       

                                                                                                                   De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder die haar eitjes legt in de toppen van de eik. Van april tot begin mei komen de rupsen uit de eitjes. Na een aantal vervellingen komen groepen rupsen samen en vormen grote nesten op de stammen van eiken. Deze bolvormige nesten bestaan uit een spinsel van draden, brandharen, vervellingshuid en uitwerpselen. Vanuit hun nesten gaan de rupsen 's nachts ‘in optocht' (vandaar de naam processierups) op zoek naar voedsel.

De rupsen zijn alleen te vinden op eiken. De klachten die je kunt ervaren ontstaan als de brandharen van de rups in aanraking komen met je huid, ogen of luchtwegen. 


De eikenprocessierups wordt vaak verward met de veel voorkomende spinselmot of stippelmot. De rups van deze mot kapselt bomen geheel in met witte spinsels, maar is verder compleet onschuldig. De bomen herstellen zich vrij snel als de motten zijn verpopt en de boom hebben verlaten. Bekijk onderstaande foto's om het verschil te zien.

Zo nestelt de eikenprocessierups:


En zo de spinselmotrups:


Hoog contrast
Ga naar Zaanstad.nl